Lees hier de leukste moppen en stem op de mop van de week.

Ken jij zelf ook nog een leuke mop? Stuur hem naar de redactie en wie weet zie je hem terug op de site of in de krant!

Scoop lacht

 

‘Wat een geweldige voetbalwedstrijd’, zegt een supporter van het verliezende elftal tegen de scheidsrechter. ‘Jammer dat u niet gekeken hebt!’

Een man komt in een oerwoud een tijger tegen. Hij is doodsbang en rent weg, maar de tijger komt achter hem aan. Na drie uur rennen valt de man heel moe op de grond. Hij denkt: ‘Nu ben ik er geweest!’ De tijger komt naar hem toe, tilt zijn poot op, tikt de man aan en zegt: ‘Tikkie, jij bent hem!’

Twee magneten zitten in de kamer zegt de ene magneet tegen de andere: 'Wat zou ik vandaag aantrekken?'

Twee meisjes gaan naar oma. Als ze daar aankomen, vraagt een van de meisjes: ‘Oma, waarom heeft u opeens zulke grote ogen gekregen?’ Waarop oma zegt: ‘Dan kan ik de Kidsweek beter lezen!’

Een olifant en een zebra willen oversteken, maar de zebra blijft staan. De olifant vraagt: ‘Waarom sta je stil?’ De zebra zegt: ‘Ik ga niet over mijn familie lopen!’

Jantje en Pietje zijn in een Engelse dierentuin. Pietje: ‘Hee! Zebra's!’ Jantje: ‘Nee, dat zijn dangeroes.’ Pietje: ‘Wow, wat een mooie giraffen!’ Jantje: ‘Nee, dat zijn ook dangeroes.’ Pietje: ‘Nou, ik weet zeker dat dat een leeuw is!’ Jantje: ‘Dat is een dangeroe!’ Pietje: ‘Ach, jij met je dangeroes! Hoe kom je daar nou bij!’ Jantje: ‘Bij de ingang hing een bord waarop stond: all the animals are dangerous. En dat betekent: alle dieren zijn dangeroes!’

Het is bruin met geel en raast door je tuin heen. Rara wat is het? Antwoord: Een mol met een gele racefiets!

In de boksring vind een gevecht plaats tussen twee zwaargewichten. Een supporter roept de hele tijd: ‘Vooruit Emiel, knal hem tegen zijn wang!’ De man naast de supporter zegt: ‘Zo, u bent zeker een groot fan van Emiel?’ ‘Nee,’ zegt de supporter, ‘ik ben de tandarts van zijn tegenstander.’

Bo zegt tegen Marlies: het is maar goed dat wij niet in China geboren zijn. Marlies zegt: waarom niet? Bo zegt: omdat wij immers geen woord Chinees spreken.

Jantje heeft 8 kaarsen aangestoken. Het raam stond open. Er kwam een vleermuis binnen die doofde 4 kaarsen en vloog weer weg. Even later heeft de wind 1 kaars gedoofd. Jantje kijkt de volgende dag weer bij de kaarsen. Hoeveel kaarsen zijn er nog over? Antwoord: 5 want die andere 3 zijn opgebrand!

Twee oenen zitten in een boot. ‘Hé’, zegt de ene oen. ‘Er zit een gaatje in de boot waardoor er allemaal water naar binnen stroomt.’ Zegt de andere oen: ‘Dan maken we er nog een gaatje bij. Daar kan het water dan weer uit.’

Een man komt op een bruiloft en zegt tegen de ober: ‘Vroeger had ik een hekel aan bruiloften.’ Zegt de ober: ‘Oh, waarom dan?’ ‘Want er kwamen altijd ooms en tante's die me dan een duw gaven en zeiden: ‘Nu jij he!’ Ze zijn er mee gestopt toen ik hetzelfde deed bij hun op begrafenissen.'

Wat gebeurt er als een tomaat overreden wordt? Antwoord: Dan krijg je tomaten ketchup!

Wat gebeurt er als je een diamant in het water legt? Antwoord: Dan wordt hij nat!

Jantje zit in de klas hij zegt broem broem dan zegt de juf wil je daarmee ophouden dan zegt jante weer broem broem nu naar de gang jantje zegt juf ik wil wel maar mijn tank is leeg"

Vraag 1: Wat krijg je als je niet goed oplet bij taal? Antwoord: Straf, maar ook een nul. Vraag 2: Wat doet een 1 in de vijver? Antwoord: Die zwemt met de andere eentjes. Vraag 3: Wat krijg je als je wel goed oplet bij taal? Antwoord: Ook een 0, want de 1 van de 10 zit nog in de vijver.

Moeder vraagt aan Jantje: ‘Wil je even naar de supermarkt gaan voor me? En neem je zusje ook mee. En niet vergeten, alleen dingen meenemen die op het lijstje staan!’ Jantje gaat naar de supermarkt, met zijn zusje. Ze kopen alles wat op het lijstje staat. Als ze terug gaan naar huis, valt zijn zusje in de sloot. Jantje loopt gewoon door. Als hij thuiskomt vraagt zijn moeder direct: ‘Waar is je zusje?’ Dan zegt Jantje: ‘Ze is in de sloot gevallen, en ik mocht alleen dingen meenemen die op het lijstje stonden!’

Er liggen twee baby's naast elkaar in het ziekenhuis. Vraagt de een aan de ander: 'Ben jij een jongen of een meisje?' Waarop de ander antwoordt: 'Een jongen!' 'Hoe weet je dat?' De jongen kijkt onder de dekens en steekt zijn voeten onder de dekens uit. 'Kijk, blauwe sokjes!'

Een visje komt een zeepaardje tegen in de zee. Het visje zegt: 'Hoi!' Het zeepaardje zegt terug: 'Haai!' Het visje kijkt verschrikt om zich heen en roept geschrokken: 'Waar?'

Niks, Niemand en Gek zitten in een boom. Niemand valt er uit. Niks zegt tegen Gek: 'Bel de ambulance!' 'Oké.' zegt Gek. Gek belt de ambulance en zegt: 'Hallo, ik ben Gek. Ik bel voor Niets want Niemand is uit de boom gevallen.

Moppen